Toen ik afstudeerde als dierenarts had ik alle bagage die de diergeneeskunde vereiste. Ik had jarenlang hard geleerd, me de anatomie en diagnostiek eigen gemaakt, rijtjes gestampt, geneesmiddelen uit m’n hoofd geleerd en ik had voor de meest exotische ziektes een behandelplan. Kortom, ik was er klaar voor! …. Dacht ik.

Niets bleek minder waar. De diagnose stellen lukte me wel. Maar waarom had ik nooit geleerd hoe ik om moest gaan met al die verschillende mensen, met hun keur aan eigenschappen en grillen. En dat terwijl ik 80 procent van de tijd gesprekken aan het voeren was. Het bleek helemaal niet zo vanzelfsprekend dat een eigenaar mijn diagnose begreep en mijn behandelplan opvolgde. En ik moest ineens gesprekken voeren over kosten, klachten, teleurstelling, organisatie, verwachting, fouten, dienstroosters, emotionele beslissingen en onredelijke eisen.

Op gevoel en met vallen en opstaan leerde ik wat wel en wat niet werkte. Hoe ik in de meest uiteenlopende situaties klanten en collega’s het best kon benaderen. En hoe vooral niét… Dat heeft heel wat butsen veroorzaakt en krassen op mijn en andermans ziel.

Daarom is het zo’n feest om nu studenten les te geven in communicatie. Om ze te helpen hun gereedschapskist niet alleen maar met diergeneeskunde te vullen, maar ook met menskunde. En ik merk dat studenten het heerlijk vinden om hier mee te stoeien vóórdat ze de praktijk in gaan. Om meer zelfvertrouwen te krijgen in hun rol als dierenarts. Om te ervaren dat iedereen wel eens fouten maakt, maar dat je daarvan kan leren. En vooral dat je ze door goede communicatie kunt rechtzetten en misschien wel voorkomen.
Het is, zo aan het begin van hun carrière, een mooie stap in de goede richting om zich staande te houden in ons veeleisende vak. Ik geniet er minstens zo hard van als zij.

Leave a Reply